Réflexion,  TDM

[Reflectie] #39: Managementlessen uit het epos van de Drie Koninkrijken

Bijna 1800 jaar geleden verscheurde China zichzelf in drie koninkrijken. Een Taiwanese filosoof, Ceng Shiqiang, herlas dit epos (samengevat in de roman Het epos van de Drie Koninkrijken (Amazon-link), een van de vier Chinese klassiekers, met een bril van de Yi Jing, het Boek der Veranderingen en van management. Het hele boek kan worden gelezen als een handleiding voor bedrijfsstrategie, met één kanttekening: het heeft het nooit over bedrijven. Het gaat over koninkrijken, generaals en eedafleggingen, maar de mechanismen die het beschrijft zijn precies dezelfde die een organisatie maken of breken.

Zijn uitgangspunt is in één zin te vatten: onder het woelige oppervlak van veldslagen en allianties werkt een onzichtbare hand onvermoeibaar om de wereld in evenwicht te brengen. Die hand is niet het lot, noch de som van alle menselijke acties achter elkaar. Het is de Tao zelf.


Elk bedrijf heeft een zichtbare kant (het organogram, de cijfers, de processen) en een verborgen kant (vertrouwen, reputatie, stilzwijgende loyaliteiten, wat mensen echt denken als ze knikken in vergaderingen). De zichtbare kant beheer je met dashboards; de verborgen kant cultiveer je met consistentie. Cao Cao had alles op papier (leger, grondgebied, talent) en toch verenigde hij China nooit, omdat zijn verborgen kant die van een manipulator was. Liu Bei, op papier oneindig veel zwakker, hield tientallen jaren stand omdat mensen in hem geloofden. Je kunt een balans bedriegen, maar nooit een reputatie. De onzichtbare orde beslist uiteindelijk altijd.

Die onzichtbare orde is geen abstractie: ze manifesteert zich door concrete tekenen, op voorwaarde dat je ze kunt lezen. Het verhaal van Liu Bei’s paard is daarvan de meest treffende illustratie. In de val gelokt door zijn vijanden, met zijn rug tegen een onoverbrugbare rivier, staat Liu Bei op het punt te sterven. In een wanhopige opwelling roept hij zijn paard toe dat het zijn missie niet mag laten mislukken, en het dier springt over de wateren, tien meter in één sprong, een sprong die geen gewoon paard ooit had kunnen maken. Op dat moment lijkt het een wonder. Maar het is niet het paard dat Liu Bei heeft gered, het is de kracht van zijn vastberadenheid die een latente kracht heeft gewekt. De les geldt voor elk bedrijf in crisis: onbenutte middelen wachten op niets anders dan dat de leider echt besluit eruit te komen. De onzichtbare orde helpt degenen die zichzelf eerst helpen.

Ook werving wordt beheerst door deze tweeledige logica. Het oppervlak zegt dat je competenties nodig hebt; de diepte zegt datje jezelf eerst waardig moet maken om ze aan te trekken. Er zijn drie methoden.

  • De eerste is de advertentie : je publiceert een functie, kandidaten melden zich. Dat is effectief voor gewone werknemers, maar wie alleen gehoorzame uitvoerders rekruteert, gaat uiteindelijk met hen ten onder.
  • De tweede is de aanbeveling : je vertrouwt op iemand die je vertrouwt om de goede profielen te vinden, wat je in staat stelt om talent van middenniveau aan te trekken. Maar een leider die zich alleen met vrienden omringt, of een te zware autoriteit oplegt, kan nog zoveel schitterende cv’s verzamelen, hij zal ze niet weten samen te laten werken.
  • De derde is de persoonlijke uitnodiging. Top talent reageert niet op advertenties, niet op telefoontjes van een headhunter, niet op e-mails van HR. Ze komen alleen als je naar hen toe gaat, als je je oprechtheid bewijst met concrete daden. Liu Bei werft Zhuge Liang niet; hij gaat drie keer naar zijn hut, wacht geduldig, laat zich testen, toont dat hij niet zomaar een heer is maar een man voor wie een zaak bestaat. Hoeveel leiders zouden vandaag de dag bereid zijn dat te doen?

Eenmaal talent gevonden, moet je het niet vernietigen door het te overladen met eer. Het boek toont dit met chirurgische precisie via Guan Yu. Iedereen vereert hem: de god van de oorlog, de onoverwinnelijke, de held met de prachtige baard. Sun Quan stelt een huwelijksalliantie voor; hij antwoordt door de zoon van de koning van Wu te beledigen. Cao Cao, zijn vijand, overlaadt hem met geschenken en titels. Elk compliment, elk blijk van bewondering, elke deur die voor hem opengaat zonder dat hij zich hoeft te verlagen, versterkt in hem de overtuiging dat hij onaantastbaar is. En dat is precies wat hem verliest. Wanneer hij op veldtocht gaat, laat hij een slecht verdedigde basis achter, ervan overtuigd dat niemand het ooit tegen hem zal durven opnemen. Lu Meng en Lu Xun, aan de kant van Wu, begrijpen het mechanisme: Lu Xun schrijft hem een brief van overdreven nederigheid, overlaadt hem met lof, en Guan Yu, opgeblazen van zelfgenoegzaamheid, laat zijn hoedanigheid volledig zakken. Jingzhou valt zonder strijd, en Guan Yu sterft kort daarna als gevangene. Het Yi Jing zegt: ‘Wat op de top is, kan alleen maar dalen’, en de Tao Te Ching: ‘Wat je wilt verzwakken, begin door het te versterken. Wat je wilt neerhalen, begin door het te verheffen.’ Een ondergeschikte die je overladen met lof zonder hem ooit met zijn blinde vlekken te confronteren, is iemand die je voorbereidt op de val. Integendeel, een persoon die uitgedaagd wordt, zal voorzichtiger en effectiever zijn. Ik ben nog nooit zo gemotiveerd en competent geweest als toen ik gehaat werd door mijn manager. Een competent persoon kan zijn vijanden nog competenter maken, dus je moet nooit lichtvaardig je vijanden kiezen, noch iemand lichtvaardig complimenteren.

Talent zonder rechtschapenheid is een vergif. Lü Bu is de beste krijger van die tijd, de steradviseur, de verkoper met onmogelijke cijfers. Iedereen wil hem; niemand kan hem houden. Hij verraadt de vader die hem opvoedde voor een paard, en daarna zijn nieuwe meester voor een vrouw. Cao Cao, die hem oprecht bewonderde, laat hem uiteindelijk executeren omdat hij begreep dat vaardigheid zonder loyaliteit alles vernietigt wat het aanraakt. Guan Yu heeft exact hetzelfde vechtniveau, maar hij wordt gevierd omdat hij een deugd bezit die Lü Bu nooit had: trouw aan zijn woord, weigering om te verraden zelfs wanneer het verleidelijk is, eer boven berekening. Werven op basis van alleen competentie is het kopen van een tijdbom. Rechtschapenheid is geen bonus, het is het fundament.

De leider wordt beoordeeld op zijn opvolging. Yuan Shao laat drie zonen elkaar verscheuren; zijn rijk stort in binnen één generatie. Liu Biao, niet in staat te kiezen tussen zijn twee zonen, verliest Jingzhou zonder strijd. Cao Cao zelf, ondanks al zijn intelligentie, slaagde er niet in een opvolging te creëren die de ambitie van zijn eigen zoon overleeft. Een organisatie die geen voorbereiding treft voor de tijd erna, is een organisatie die alleen bestaat voor haar huidige leider.

Falen is soms het beste dat kan gebeuren. Het verlies van Jingzhou is een ramp voor Shu, maar het dwingt Liu Bei om te verduidelijken wat er echt toe doet voor hem, en hij kiest ervoor om zijn broer te wreken in plaats van zijn koninkrijk te behouden, en bezegelt daarmee zijn legende. Een goed jaar kan een bedrijf arrogant maken en tot de ondergang leiden; een crisis kan loyaliteiten onthullen die men niet vermoedde. Het boek herhaalt in alle mogelijke vormen dat succes en falen slechts de oppervlakte van de dingen zijn; daaronder is een permanente herbeweging aan het werk.

Macht verdraagt geen isolement. Dong Zhuo, de perfecte dictator, valt omdat hij naar niemand meer luistert. Yuan Shao heeft een leger van adviseurs en volgt nooit de juiste, omdat hij niet kan kiezen. Cao Cao luistert, maar selecteert wat hem uitkomt. De enige die echt luistert is Liu Bei, niet uit zwakte, maar omdat hij weet dat zijn kracht die van anderen is. Het management dat hier wordt beschreven is management waarbij de baas niet alleen beslist: hij raadpleegt, hij voelt de wind, hij meet wat het collectief kan absorberen, en hij beslist op het moment dat afstemming mogelijk is.


« De Tao die benoemd kan worden, is niet de eeuwige Tao. » Met alleen deze openingszin legt Lao Tseu de basis van de hele filosofie van leiderschap. Al het managementdenken kristalliseert in dit woord: de Tao. Er is de eeuwige Tao en de gemanifesteerde Tao, en wat we in de zichtbare wereld observeren is bijna nooit meer dan de laatste. De eeuwige Tao, resideert in de geest, onzichtbaar, stil, ongrijpbaar.

Geen van de reuzen van de Drie Koninkrijken zag zijn droom tijdens zijn leven vervuld, en toch zette de Tao zijn werk door hen heen voort.

De mens kan handelen op kleine dingen; de grote dingen behoren toe aan de Tao. Die onzichtbare hand die de Yi Jing en de Tao Te King beschrijven is geen bewuste wil: het is een kosmisch principe dat binnensijpelt, dat zijn vertegenwoordigers op de juiste plaatsen plaatst, op het juiste moment. De Tao wordt niet geforceerd, niet verdiend, niet onderhandeld. Het gaat door wie het wil, wanneer het wil. Wat er dan toe doet is niet het succes, maar de trouw aan wat gedaan moest worden. De inspanning vervult de plicht, niet het resultaat, en dat erkennen is al de Tao begrijpen. Alles wat een mens kan doen is handelen met rechtschapenheid, de morele sfeer niet bezoedelen van zijn tijd, en dan de Tao laten volbrengen wat geen menselijke wil kan forceren.

Reacties uitgeschakeld voor [Reflectie] #39: Managementlessen uit het epos van de Drie Koninkrijken